|
Een Vat Vol (16 augustus 1993)
Wij zijn altijd samen, met ons tweeën tesamen. Mijn geweten en ik, we besteden tesamen veel tijd aan het tesamen vergelijken van de gezamenlijke tegenstrijdigheid die onze gezamenlijke doelstellingen scheiden en die tot eenzijdige wroeging leiden We willen eensgezind handelen dat lukt ons tweeën echter nooit 't zijn altijd de alleenstaande gevoelens die de gezamenlijkheid teniet doen Mijn geweten zet de koers uit, ik volg volgens het bewuste geweten en zo schrijden we dapper voorwaarts totdat we, altijd, schipbreuk leiden op irrelevante reeële factoren die andere handelingen realiseren Externe en interne invloeden dwingen door het gevoel tot realistisch gedrag dat ik en mijn geweten niet willen realiseren omdat wij tweeën het er niet mee eens zijn We willen geen luimen en grillen die de ernst van de intentie ondermijnen Wat bepaald wordt door het woekerende gevoel wil altijd de reeële handeling bepalen, zelfs als ik en mijn geweten eensgezind niet af willen dwalen |