Een Vat Vol (16 augustus 1993)

Wij zijn altijd samen,
met ons tweeën tesamen.
Mijn geweten en ik,
we besteden tesamen veel tijd
aan het tesamen vergelijken
van de gezamenlijke tegenstrijdigheid
die onze gezamenlijke doelstellingen scheiden
en die tot eenzijdige wroeging leiden
We willen eensgezind handelen
dat lukt ons tweeën echter nooit
't zijn altijd de alleenstaande gevoelens
die de gezamenlijkheid teniet doen

Mijn geweten zet de koers uit,
ik volg volgens het bewuste geweten
en zo schrijden we dapper voorwaarts
totdat we, altijd, schipbreuk leiden
op irrelevante reeële factoren
die andere handelingen realiseren

Externe en interne invloeden
dwingen door het gevoel tot realistisch gedrag
dat ik en mijn geweten niet willen realiseren
omdat wij tweeën het er niet mee eens zijn

We willen geen luimen en grillen
die de ernst van de intentie ondermijnen

Wat bepaald wordt door het woekerende gevoel
wil altijd de reeële handeling bepalen,
zelfs als ik en mijn geweten
eensgezind niet af willen dwalen