Tijdens Alie's crematie-plechtigheid op 7 augustus 2004 sprak haar zus Giny de navolgende tekst:

Alie heeft een afscheidsbrief voor ons achtergelaten:

Lieve Giny, Wil, Markus, Trijntje, Bert en Annet, en Eddie en Gerda,
Ik heb een eind aan mijn leven gemaakt omdat ik niet meer verder kan.
Ik word overspoeld door negatieve gedachten en ik kan het niet meer aan.
Verder heb ik last van spoken in mijn hoofd. Het is erger dan het ooit geweest is en ik zie niet hoe ik hier ooit weer bovenop moet komen.

Ik wil graag gecremeerd worden.
Willen jullie aan de nieuwe eigenaar van Poetsie laten weten dat je hem dingen kunt afleren met behulp van een spuitbus luchtverfrisser?
Poetsie kan vervoerd worden in het mandje dat boven staat maar dan moet de sjaal die erin ligt er stevig omheen geknoopt worden, want hij kan zelf het deurtje openmaken.
Alie

We zijn verdrietig.
Om Alie's dood, maar vooral om haar leven.

Een heel zwaar leven, waarin ook veel gelukkiger periodes geweest zijn. De niet-zieke Alie, die wij ook heel goed kennen, was een zeer geliefde zus van ons. Vrolijk, zorgzaam. Ze kon liefde geven, ze had altijd oog voor het leed van anderen, kwam altijd op voor dat wat kwetsbaar was.

Ze was in staat tot grote creativiteit, was avontuurlijk en ondernemend.
Ze ging als 17-jarige letterlijk de wereld in. In Duitsland op de kermis werken achter de suikerspinkraam, de suikerspin presenterend met mooie lange nagels waarop ze met nagellak in allerlei verschillende kleuren gezichtjes gemaakt had.
Met Sinterklaas dat jaar in 1972 stuurde ze ons een hele grote doos met voor iedereen kadootjes en vooral gedichtjes. Ik kreeg een LP van de Stones, Route 66.
Van Duitsland ging ze naar Frankrijk, werken in een kindertehuis. In juni kwam ze terug. Ze kon vloeiend Frans en Duits en ging na het jaar ertussenuit haar Havo-diploma halen, op kamers in Groningen.
Dit was ook het jaar dat haar stemmingswisselingen duidelijker voor ons zichtbaar werden. De diagnose manisch-depressief was nog niet gesteld, maar we maakten ons zorgen en na een tijd kwam een eerste opname.

In Amsterdam heeft Alie een relatie met Ruud gehad. In de Kerkstraat waren ze volgens mij het gelukkigst. Werkend aan hun films, vol ideeën, creativiteit en ambitie. Maar er waren in die jaren ook de gedwongen opnames en de zware depressieve periodes daarna. Met veel pijn kwam aan de relatie een eind.

Manisch-depressief. Een stempel. Maar het paste wel verrekte goed in het gedrag wat we bij Alie zagen. In haar boekwerkje met gedichten en verhalen schreef ze daar over:

Door de lentezon kom ik langzaam weer tot leven
Ik ga groeien en bloeien... tot aan mijn volgende ondergang
Jaar in, jaar uit, dezelfde herhaling beleven,
Is mijn treurige levensweg, totdat ik ten einde kom

Allerlei therapieën heeft ze ondergaan. Die haalden niks uit.
Haar ziekte haalde haar altijd weer in.
Lithium was het middel dat haar wat kon stabiliseren en later kwamen daar een heleboel medicijnen bij. Het jarenlange gebruik van die chemische pillenfabriek heeft ook zijn tol geëist.

In Assen vocht Alie door. Na elke opname geëindigd in weer die depressie ging ze er weer tegenaan. Van onderaf beginnen. Meestal al haar vrienden weer kwijt door het manische gedrag.

Ze schreef:
Alle stemmingen zijn weer doorleefd,
uitgelatenheid, minachtgevoelens,
verdriet, pijn, machteloosheid,
woede, pijn en verdriet.
Ik heb weer ruimte om te werken aan mijn niet-bestaande toekomst...
Nu ik de dagelijkse draad weer probeer op te pakken, is het me bang te moede. Wanneer zal ik weer instorten en alles bederven wat ik opgebouwd heb?

De familie, Mam, Markus, Bert, Eddie en ik, waren met Trijntje, Wil, Annet en Gerda, de enigsten die er dan nog over waren voor haar. In haar manische periodes kon ze ons verrot schelden, advocaten op ons dak sturen, vervloeken, maar ik ben blij en trots dat we haar daarna altijd letterlijk weer in de armen gesloten hebben. Maar haar manische periodes waren altijd een hel voor ons.
Dat wat het voor ons was, valt in het niet bij dat wat het voor haar was. Vaak diepe eenzaamheid, depressief, het zwarte gat. Voor ons was het een spreekwoordelijke hel, voor haar een echte.

Ze schreef:
Het geeft niet hoe ik leef, als ik me maar niet van oprechte schaamte door het mensdom begluurd voel; als een idioot die gemeden moet worden.
Die pijnlijke ervaring ken ik al lang.
Met gebogen hoofd lopen is mijn tweede natuur
en ik zal dan liever dood zijn dan hier.

En toch krabbelde ze altijd weer overeind. Ging ze vrijwilligerswerk doen. Kon ze toch altijd weer vriendschappen aangaan. Ze was iemand om van te houden.

September '93:
Ik wil leven en lachen en anderen laten lachen,
ik kan toch niet geboren zijn om louter ziek te zijn

Ik dank alle mensen die zich betrokken bij haar voelden. Al de goede mensen die ze ontmoet heeft. De psychiatrische thuiszorgmensen in Assen, de anderen vooral niet te kort doend wil ik er enkelen van noemen, Belinda en ook John Versteeg, Terwisga, Albertien, Gieneke, buurvrouw Borg, Willem en Alie. Mensen die niet oordeelden, niet in hokjes plaatsten, maar haar zagen zoals ze was, iemand om van te houden met een rotziekte.

Giny Wiering